Werk in uitvoering

Samen aan het werk op de boerderij!

Soumia Bouchengour, Charlotte Alexander en Anne Reijrink

 

Soumia Bouchengour is pedagogisch medewerker op de voorschool van Impuls op de Huizingaschool

 

Charlotte Alexander is leerkracht in groep 1-2 op de Huizingaschool in Amsterdam.

 

Anne Reijrink is procesbegeleider onderwijs met als specialisatie Jonge kind en Zin in lezen bij Anne Reijrink Onderwijsadvies

Op de Huizingaschool in Amsterdam Nieuw-West zijn de kleutergroepen en de voorschool omgetoverd tot een boerderij. In dit artikel vertellen Soumia Bouchengour van de voorschool, Charlotte Alexander vanuit de basisschool en Anne Reijrink, die betrokken is als Startblokkentrainer, waarover gespeeld wordt en wat zijzelf en de kinderen leren in deze inspirerende praktijk. 

In de school lopen kuikens en konijnen rond, er wordt een geknutselde koe gemolken en de kinderen maken van echte melk yoghurt, boter en karnemelk. De huishoek is een boerenhuis, inclusief hooizolder en een lekker bed. Hier leren de kinderen een gezond boerenontbijtje te maken en het samen aan een gezellig gedekte tafel op te eten. De boer wil snel door, maar de kinderen leren eerst hun huis netjes achter te laten alvorens ze aan het werk kunnen in de stallen. Eerst moeten de overall en laarzen aangetrokken worden en dan: aan de slag. Het is hard werken op de boerderij: stallen vegen, dieren eten geven, de koe melken, met de echte kuikens en konijnen knuffelen en eieren rapen. Op een gegeven moment hebben de kleine boertjes en boerinnetjes zó veel melk en eieren, dat het ze handig lijkt om een boerenwinkel in te richten waar ze hun producten kunnen verkopen. De boer weet precies wat hij ervoor kan vragen, dankzij zijn zelfgemaakte prijslijst. De peuters lopen samen met de leidsters langs de kleuterklassen. Wat is daar veel te zien! Hardwerkende kleuterboeren!

 

SAMEN OPTREKKEN

Het waardevolle van dit thema is de samenwerking tussen de kleutergroepen en de voorschool. De professionals denken samen na over de invulling van de sociaalculturele praktijk, zijn continu met elkaar in gesprek over de uitvoering van het aanbod en ontwerpen samen vervolgaanbod. Soms denken we ook met elkaar mee over individuele kinderen die extra aanbod nodig hebben. Wat de samenwerking echt intensiveert is het feit dat Soumia, de pedagogisch medewerker, elke woensdag meedoet in groep 1-2. Ze neemt haar boek ‘Dottie’s eieren’ mee en de bijbehorende attributen, zodat het verhaal van Dotti’s eieren ook door de kleuters kan worden gespeeld. Of ze nodigt kinderen uit iets te maken uit het verhaal. Ook speelt ze regelmatig mee met de kleuters, waardoor het spel op verschillende plekken, met alle volwassenen die meedoen, steeds rijker wordt. Dat meedoen op de werkvloer maakt de samenwerking heel laagdrempelig, wat het aanbod aan de peuters én kleuters ten goede komt. Dit is toch wel echt een succesfactor in de samenwerking. Andersom neemt Soumia weer nieuwe impulsen mee naar de peuters. En ook de kleuters komen vaak even langs bij de peuters om iets te delen. Zoals een kleuter die komt vertellen dat er de volgende dag echte konijnen in de klas komen wonen. Op basis van de behoeftes van alle kinderen en de samenwerking kiezen de school en voorschool zorgvuldig de doelen uit voor de kinderen. Sommige doelen komen overeen, zoals:

Wereld verkennen:

• Interesse hebben in het zorgen voor elkaar en de wereld (meer te weten komen over het verzorgen van de dieren, welke handelingen doet een boer allemaal, welke dieren eten welk voer?).

Onderzoeken:

• Gebruiken van vaktaal (koeien melken, de uier schoonmaken, het zadel gereedmaken, harken, eieren leggen, etc.).

• Vooruitdenken (wat hebben we nodig om een boerderij te maken, wat hebben de dieren nodig om te kunnen leven, hoe zorgen we voor jonge dieren?)

 

DIERENVERZORGERS

Tijdens het thema doen de peuters en kleuters veel ervaringen op en daarbij wordt betekenisvol geleerd. Over hoe de dag van een boer er uit ziet, dat je eerst een stevig ontbijt nodig hebt voordat je aan het werk gaat. Ze weten dat je pas aan het werk gaat als het huis netjes is, de afwas is gedaan en de overall en laarzen aan zijn. Ze leren het werk van de boer kennen en weten dat hij hard moet werken om voor al die dieren en stallen te zorgen. De kinderen oriënteren zich hierop door te snuffelen in verschillende boeken en door veel filmpjes te kijken en hierover te praten met elkaar. Door echte kuikens en konijnen in huis te halen leren ze bovendien om voor echte dieren te zorgen. De konijnen in de kleuterklas worden elke dag gevoerd. De brokken worden zorgvuldig gewogen, want op de verpakking lezen we dat een volwassen konijn 60 gram nodig heeft. Daarnaast vers hooi en elke dag vers drinkwater, wat we ook weer zorgvuldig afmeten. We zien in een boek welke groenten we kunnen voeren. Ondanks dat de konijnen met veel aandacht worden gevoerd, ziet een kleuter op een dag dat één van de konijnen zijn eigen keutels op eet. We onderzoeken of dit wel goed is en ontdekken dat dit vaker voorkomt, gezien de voedingsstoffen die hierin zitten. Ook melken de kinderen een koe. Ze weten inmiddels dat je met een doekje eerst de uiers moet schoonmaken alvorens je kunt knijpen in de uiers. De echte melk spat eruit en de kinderen vangen deze op in een emmer. In kleine groepjes kijken de kinderen naar een filmpje en zien hoe het melken tegenwoordig gaat. Dit doet de boer met een melkstel en daarna wordt de melk opgevangen in de melktank. Met de melk wordt vervolgens een echte cake gebakken in de huishoek. Het meel ligt overal en iedereen wil de mixer vasthouden. Ook hier spat de betrokkenheid vanaf! Er wordt volop getekend en geschreven. De peuters tekenen de dieren van de boerderij en schrijven de namen erbij. Bij de kleuters wordt er een prijslijst getekend en geschreven voor in de boerderijwinkel die er toch écht moet komen. De peuters oriënteren zich op de boerderij door te snuffelen in boeken en door het kijken van filmpjes. Zo komen ze erachter hoe een boerderij eruitziet. Zij zijn in eerste instantie vooral geïnteresseerd in de paarden, veel peuters spelen meteen dat ze paardje zijn. Het valt daarnaast op dat de peuters speelgoedpaarden in het kippenhok plaatsen of in de wei bij de schapen. Gelukkig hebben we ’t Landje’ dichtbij in Amsterdam, daar kun je zien waar de paarden leven en waar je voor ze kunt zorgen en erop kunt rijden. Samen met een collega wordt er een filmpje gemaakt. Dit bekijken de peuters vol aandacht. Ze zien op het filmpje dat het paard vaak in een bak rijdt en samen bedenken ze wat er nodig is om een paardenbak te maken. De peuters roepen: “Een hek en zand!” Samen wordt er hard gewerkt, met hekken wordt er een echte bak geconstrueerd. Ze hebben een knuffelpaard en een paard dat bestaat uit een stok en een paardenhoofd, maar de kinderen bedenken ook zelf hoe ze een paard kunnen maken met een baal stro en de spullen op de groep. Dan nog een echte cap de groep in en de spelverhalen worden steeds rijker. Ook worden elke ochtend en avond brokken gevoerd en een bak water neergezet. Nadat de peuters allemaal op het paard hebben kunnen rijden, gaat het gesprek over de verzorging van het paard. Wij douchen elke dag, maar hoe doet een paard dat? De peuters denken na en komen erachter dat een paard dat niet zelf kan en dat zij voor het paard moeten zorgen. Gelukkig heeft Soumia een borstel en hoevenkrabbers meegenomen. Vol verwondering worden de spullen bekeken en gevoeld. Daarna worden de manen en het lijf van het paard elke dag door een ander groepje peuters geborsteld. Regelmatig wordt de grond er ook mee geveegd.

 

SLAPENDE KUIKENS

Later in het thema oriënteren de peuters zich op andere dieren zoals de kip, de kuikentjes en het leggen van eieren. Samen met de collega’s van school bereiden de pedagogisch medewerkers de komst van echte kuikentjes voor. Ze komen erachter waar kuikentjes leven en maken samen met de kleuters een boerderij met daarin een bak waar ze de kuikentjes in kunnen plaatsen. Ze kijken filmpjes en worden voorgelezen, zodat ze steeds beter weten hoe de kuikentjes moeten worden verzorgd. De kinderen verwonderen zich volop als de échte kuikentjes er zijn. Wat zijn ze zacht en wat zijn ze lief. Ze ontdekken dat één kuikentje een kuifje op zijn kop heeft. Hier wordt volop over gegiecheld. Ook blijken ze te kunnen springen en ze hebben twee poten en nagels. “Juf ssst, een kuiken is aan het slapen!” fluistert een peuter zacht. Als de kuikentjes er een week zijn dient zich een probleem aan. De peuters bedenken dat ze op woensdag vrij zijn en er dus niemand voor de kuikens kan zorgen. We denken met elkaar na over hoe we dit kunnen oplossen. Samen komen we met het idee om de kleuters te vragen voor de kuikentjes te zorgen. Een groepje peuters gaat dit vragen samen met Soumia. Op donderdag haalt een ander groepje peuters de kuikentjes weer op. Wat zijn ze goed verzorgd! De ouders vinden de kuikentjes ook heel leuk en komen elke dag met hun kind naar ze kijken. Een mooie manier om de ouders te betrekken bij het thema. De kuikentjes zijn er slechts een week en toch zien de peuters ze groeien. En op een dag merken de peuters op dat er een kuikentje veel slaapt, niet eet en niet drinkt. Zou het kuikentje ziek zijn? Een moeder legt ons uit hoe we een ziek kuikentje kunnen herkennen en wat wij kunnen doen om het kuikentje te verzorgen. De moeder vertelt dat een kuikentje na zijn geboorte dichtbij mama is, onder haar warme vleugel. Nu mama er niet is, moeten zij ervoor zorgen dat het kuikentje deze warmte wel voelt door deze onder een warme lamp te plaatsen in een warm lokaal. Dankzij het advies van deze expert en de zorg van de peuters knapt het kuikentje snel op. De ouders, de kinderen en de leidsters zijn opgelucht en blijven gefascineerd door de kleine beestjes.

 

YOGHURT, KARNEMELK EN BOTER

Het hoogtepunt is samen karnemelk maken. De meeste kinderen drinken thuis melk en een enkeling heeft wel eens karnemelk gedronken. De kinderen weten dat ze melk krijgen van de koe, maar waar komt yoghurt vandaan? En hoe zit het dan met karnemelk? Ze oriënteren zich eerst op waar de melk vandaan komt door het bekijken van filmpjes en door te lezen in een boek, ze spelen het melken van de koe ook na. De volgende dag wordt er melk gehaald bij de boer en samen proeven ze de melk. Ze zijn erachter gekomen dat de melk eerst warm moet worden om yoghurt te maken en zoeken een warm plekje zodat de melk kan gaan gisten. De kinderen verwonderen zich over het gistingsproces. Twee dagen later hebben ze geen melk meer, maar yoghurt! Wat een verwondering! Ze zien een beginnende laag boter en daaronder de yoghurt. De peuters en kleuters kijken ernaar, ruiken eraan en sommige kinderen durven ook te proeven. Waar het ene kind erop los smikkelt, trekt het andere kind een vies gezicht. De volgende dag stoppen we dit in een speciale machine en deze draait een uur. Ze houden de wijzers van de klok nauwlettend in de gaten. Ze verwonderen zich als er na een uur karnemelk en boter is ontstaan. De kinderen leren dat de boter eerst moet worden gezeefd voordat het op de boterham kan worden gesmeerd. De kinderen praten er volop over. Soumia en Charlotte zetten een kraampje op met de kinderen, zodat de ouders de karnemelk kunnen proeven. De ouders zijn net zo verwonderd. Een moeder van de voorschool brengt de volgende dag haar huisgemaakte Turkse yoghurt mee. De kinderen proeven opnieuw en een aantal peuters herkennen de smaak van thuis. Een aanleiding voor gesprekjes over de yoghurt van thuis. Alle zintuigen zijn dit thema aan bod gekomen, er is prachtig rollenspel gespeeld, de kinderen hebben echte dieren gevoerd en verzorgd. De peuters en kleuters van de Huizingaschool waanden zich een aantal weken volledig op een boerderij!

Deel dit artikel